Hoeveel prijzengeld krijgt de winnaar van de Champions League 2025/26?

Updated juli 2026
Licensed
Available in US
Fast payouts
18+ Only
Want more predictions?
Join our Telegram channel
Join
Champions League-trofee op een grasveld in een leeg voetbalstadion

De korte versie van een lange rekensom

De winnaar van de Champions League 2024/25, Paris Saint-Germain, ging naar huis met 148,4 miljoen euro aan UEFA-premies — meer dan welke club ooit in één seizoen aan dit toernooi heeft verdiend. Dat is het cijfer dat ik op de eerste werkdag van januari 2026 op mijn whiteboard heb gezet, omdat het in één klap drie dingen verklaart: hoe groot de pot is geworden, waarom de League Phase voor elk van de 36 clubs financieel telt, en waarom een wedmarkt op de uiteindelijke kampioen zich anders gedraagt dan tien jaar geleden.

In dit stuk loop ik door alle onderdelen van het prijzengeld voor het lopende seizoen: de totale UEFA-pot van 4,4 miljard euro commerciële inkomsten, het deel dat naar de clubs gaat, hoe de League Phase wordt uitgekeerd per overwinning, wat de value pillar precies doet, en wat de Nederlandse clubs PSV en Ajax er financieel uit hebben gehaald. Het is geen prognose en geen ranglijst van wedmogelijkheden — het is de financiële kaart die je nodig hebt om te begrijpen waarom een gelijkspel op een dinsdagavond in november voor een topclub geen verloren moeite is.

Wat zit er werkelijk in de totale pot van 4,4 miljard

Vraag tien voetbalfans op een willekeurige zaterdag wat de Champions League oplevert en je krijgt tien verschillende antwoorden, meestal allemaal te laag. Het werkelijke getal is 4,4 miljard euro aan commerciële inkomsten die UEFA in het seizoen 2025/26 incasseert uit alle drie clubcompetities samen. Daarvan vloeit 3,317 miljard euro terug naar de deelnemende clubs — de rest gaat naar UEFA’s operationele kosten, solidariteitsbetalingen aan clubs die niet meedoen, en investeringen in jeugdvoetbal.

De verdeling tussen de drie toernooien is helderder dan veel mensen denken. Champions League en UEFA Super Cup samen krijgen 2,467 miljard euro — dat is 74,38 procent van het totale clubbudget. Europa League ontvangt 565 miljoen euro of 17,02 procent. De Conference League krijgt 285 miljoen euro, ofwel 8,60 procent. Met andere woorden: drie kwart van wat UEFA aan de clubs uitkeert, gaat naar de Champions League en zijn directe satelliet, de Super Cup.

Voor mij is dat verhoudingscijfer belangrijker dan het absolute bedrag. Het betekent dat elke verschuiving in het CL-prijzengeld — een nieuwe verdeelsleutel, een hoger basisbedrag, een nieuwe bonus — direct doorwerkt op de clubeconomie in heel Europa. De Europa League en de Conference League zijn in vergelijking financieel lichtgewicht: een halve miljard tegenover bijna twee en een half. Daarom worden alle gesprekken over hervorming altijd gevoerd binnen de logica van de Champions League. De andere twee volgen.

Wie deze cijfers naast die van de vorige cyclus legt, ziet bovendien dat de pot per cyclus groeit. Het commerciële plafond van 4,4 miljard is geen toevalstreffer — het is het resultaat van een nieuwe verdeling van uitzendrechten die in 2024/25 inging samen met het nieuwe League Phase-format. De stijging zit grotendeels in de Champions League zelf, omdat het aantal wedstrijden in de eerste fase is uitgebreid van zes naar acht per club. Meer wedstrijden, meer televisie-uitzendingen, meer commerciële waarde.

Hoe de League Phase uitbetaalt per club en per resultaat

De cijfers achter de League Phase zijn waar ik mijn carrière begon, negen jaar geleden. Toen heette die fase nog gewoon de groepsfase en kostte het me een halve middag om uit te leggen waarom een club als Club Brugge in een poule met Real Madrid evengoed serieuze euro’s binnenhaalde. Vandaag is het rekenen makkelijker geworden, omdat UEFA met het nieuwe format de basisbedragen heeft gestandaardiseerd.

Elk van de 36 clubs in de League Phase ontvangt een gegarandeerde startbetaling van 18,62 miljoen euro. Dat geld is er, ongeacht het sportieve resultaat, en het is uniform: Bayern München en Bodø/Glimt krijgen exact hetzelfde startbedrag. Vervolgens bouwt elke prestatie er bovenop. Een overwinning in de League Phase levert 2,1 miljoen euro op. Een gelijkspel staat voor 700.000 euro. Verlies betekent nul euro voor dat specifieke duel — maar je raakt natuurlijk je startbetaling niet kwijt.

Reken het even mee. Een ploeg die acht duels speelt en alle acht wint, voegt 16,8 miljoen euro toe aan de pot. Vier overwinningen en vier nederlagen levert 8,4 miljoen extra op. Acht gelijkspelen — onwaarschijnlijk maar mathematisch mogelijk — zou 5,6 miljoen opleveren. Voor een middenmotor van een nationale competitie is elk van deze bedragen significant. Voor een club met een jaarbegroting van honderden miljoenen is het marginaler, maar nog steeds nooit verwaarloosbaar.

De volgende laag is de eindstand in de League Phase. De top acht gaat rechtstreeks door naar de achtste finales en krijgt daarvoor een bonus die oploopt met de positie in de tabel. Plaats 9 tot en met 24 belandt in een tussenronde — de play-off — en kan zich daar nog plaatsen voor de knockout. De laatste twaalf clubs in de tabel zijn klaar in december, en hun premie blijft beperkt tot de gegarandeerde basis plus de overwinningspremies die ze onderweg hebben verdiend.

Wat ik in deze structuur waardeer, en wat in de uitgebreidere analyse van wedmogelijkheden in deze fase nog grondiger uit elkaar wordt gehaald, is de prikkel die elke afzonderlijke wedstrijd financieel krijgt. Voor de wedder is dat een belangrijke onderliggende les: er bestaat in dit format niet zoiets als een wedstrijd waarin een topclub geen reden heeft om te winnen. Twee komma één miljoen euro voor een overwinning is geen bedrag dat je laat liggen, ook niet als je sportief al naar de volgende ronde wijst.

De value pillar — 853 miljoen euro die ongelijk verdeeld is

Tijdens een seminar in Amsterdam in 2023 vroeg een journalist me waarom Manchester City elk Champions League-seizoen tientallen miljoenen meer ontvangt dan Atalanta of Borussia Dortmund, ook als beide clubs in dezelfde groep zitten. Het antwoord zit in de value pillar — de tweede pijler van het UEFA-verdeelsysteem, naast de prestatiepremies.

De value pillar verdeelt in het seizoen 2025/26 in totaal 853 miljoen euro tussen de 36 clubs. De verdeling werkt niet op basis van wat je dit seizoen doet, maar op basis van twee historische variabelen: het commerciële mediamarktaandeel van het land waarin je club speelt, en de UEFA-coëfficiënt van de club zelf over de afgelopen vijf en tien jaar. Beide gelden voor de helft, en dat is mathematisch belangrijk. Een club uit een grote tv-markt met een matig recente prestatiehistorie kan evenveel value pillar krijgen als een sterk presterende club uit een kleinere markt.

De vier hoogste ontvangers van de value pillar in dit seizoen zijn Manchester City met 45,4 miljoen euro, PSG met 44,1 miljoen euro, Bayern München met 43 miljoen euro en Liverpool met 42,5 miljoen euro. Dat zijn dus bedragen die deze clubs binnenhalen vóór er een bal getrapt is. Voor PSV — om twee Nederlandse referenties te pakken — zit deze pijler op een fractie van die bedragen, omdat de Eredivisie commercieel kleiner is en de tien-jarige UEFA-coëfficiënt van PSV bescheidener.

Het effect op het wedgedrag is subtiel maar reëel. Wanneer de outright-markt op de winnaar van het toernooi opent, zie je dat de bookmakers de namen die structureel hoog in de value pillar staan ook structureel lager noteren in odds — los van de actuele vorm. Dat is geen koersfout. Het is de marktreflectie van een systematische resourceverdeling: clubs met meer historische middelen hebben meer manoeuvreerruimte om hun spelersbestand op niveau te houden, en bookmakers weten dat.

De bonus van een kampioen — wat PSG opstreek over 2024/25

Een record neerzetten in een sport die al meer dan honderd jaar bestaat, is zeldzaam. Een record neerzetten in de cijfers achter die sport, dat gebeurt vaker, maar het wordt altijd onderschat. PSG werd in mei 2025 in München kampioen van Europa en kreeg over het hele seizoen 148,4 miljoen euro aan UEFA-uitkeringen. Dat is de hoogste totale opbrengst voor één club in één seizoen Champions League ooit.

Hoe is die 148,4 miljoen opgebouwd? Er zit een gegarandeerde startbetaling in. Er zitten overwinningspremies in voor de League Phase. Er zit de value pillar in, met 44,1 miljoen euro voor PSG specifiek. Er zitten bonusbedragen in voor het bereiken van de achtste finales, de kwartfinale, de halve finale, en de finale zelf — elk een eigen tranche. Er zit een winnaarsbonus in. En er zit een Super Cup-deelnamebedrag in, omdat de kampioen automatisch ook in dat toernooi speelt. Alles bij elkaar opgeteld leverde dat bedrag op.

Waarom dit een record is, en niet zomaar een hoog cijfer: voor het nieuwe format, met acht League Phase-wedstrijden in plaats van zes en met een ruimere prijzenpot, zat het plafond voor een kampioen lager. PSG bereikte het nieuwe maximum mede doordat ze in de League Phase niet ver van de top eindigden — dat scheelt direct in de bonus per positie — en doordat ze geen tussenronde hoefden te spelen. Voor een club die wél via de play-off ronde naar de knockouts moet, is het pad financieel iets minder vet.

Wat ik aan dit cijfer leuk vind is wat het zegt over de marktreactie. In augustus 2024 waren de outright-koersen op PSG nog vrij hoog — boven de tien bij meerdere KSA-vergunninghouders. Toen ze begin 2025 doorstootten naar de halve finales, klapten die koersen dicht naar onder de drie. Wie in augustus had gestaakt, had niet alleen een sportieve voorspelling juist gehad, maar ook een prijs gepakt die het ware vertrouwen van de markt in augustus nog niet weerspiegelde.

PSV en Ajax in cijfers — wat de Eredivisie-deelname opbracht

Voor de Nederlandse lezer is dit het deel dat het dichtst bij huis komt. PSV en Ajax stonden allebei in de League Phase van 2025/26, en allebei reden ze financieel een degelijke campagne, ondanks dat geen van beide doorging naar de knockouts.

PSV haalde uit het League Phase-seizoen 39,03 miljoen euro op. Ajax kwam uit op 37,23 miljoen euro. Beide bedragen liggen ruim boven de gegarandeerde 18,62 miljoen euro startbetaling en weerspiegelen een combinatie van overwinningspremies, gelijkspelpremies, een aandeel in de value pillar, en uitkeringen uit de coëfficiëntpijler. Dat verschil van bijna twee miljoen tussen de twee clubs zit grotendeels in de eindpositie in de tabel en in de details van hun individuele match-uitkomsten.

Om dat in perspectief te zetten: de jaaromzet van PSV ligt rond de 130 miljoen euro. De Champions League-deelname levert dus in één klap iets meer dan een kwart van de jaaromzet op. Voor Ajax, met een hogere algemene jaaromzet, is het aandeel relatief iets kleiner, maar in absolute zin nog steeds dezelfde orde van grootte. Beide clubs hebben hun deelname financieel ruim terugverdiend, ook zonder doorgang naar de knockout-fase.

Dat is geen marketingverhaal. Dat is een puur boekhoudkundig gegeven dat ook verklaart waarom de strijd om een Champions League-ticket in de Eredivisie elk seizoen even nerveus wordt: het verschil tussen plek twee en plek drie kan in puur geld snel tegen de 25 miljoen euro per jaar lopen, afhankelijk van of de derde via de voorronde gaat en hoe ver die komt.

Wat is precies de value pillar in de UEFA-verdeling?

De value pillar is de tweede van twee hoofdpijlers in de UEFA-prijzengelduitkering, naast de prestatiepremies. In het seizoen 2025/26 verdeelt deze pijler 853 miljoen euro tussen de 36 clubs van de League Phase. De verdeling is gebaseerd op twee variabelen: het commerciële mediamarktaandeel van het land van de club en de UEFA-coëfficiënt van de club over vijf en tien jaar. Beide variabelen tellen voor de helft mee. Daardoor krijgt een club uit een grote tv-markt met een degelijke historische coëfficiënt jaarlijks structureel meer dan een club uit een kleinere markt, ongeacht het sportieve resultaat van het lopende seizoen.

Verdienen Nederlandse clubs hun deelname terug?

Ja, en met ruime marge. PSV en Ajax verdienden in de League Phase 2025/26 respectievelijk 39,03 miljoen en 37,23 miljoen euro. Beide bedragen liggen ruim boven de gegarandeerde startbetaling van 18,62 miljoen euro en dekken een aanzienlijk deel van de jaarbegroting van beide clubs. Doorgang naar de knockout-fase voegt daar nog een aparte tranche aan toe — die hebben beide clubs dit seizoen niet bereikt — maar zelfs zonder die doorgang is de financiële balans van een Champions League-deelname positief, ook voor clubs die in geen enkel duel als favoriet starten.

Waarom verschilt het prijzengeld zo sterk tussen kampioen en uitvaller?

Het verschil zit in drie lagen. Eerste laag: aantal gespeelde wedstrijden — een kampioen speelt 17 duels, een vroege uitvaller maar 8. Tweede laag: bonussen per behaalde ronde, die exponentieel oplopen vanaf de achtste finales. Derde laag: de value pillar, die structureel meer naar grote markten gaat. In het geval van PSG over 2024/25 telde dit op tot 148,4 miljoen euro, terwijl een ploeg die in de League Phase op plek 30 eindigde dichter bij de 25 miljoen euro bleef. Het format zorgt dus voor een grote bandbreedte tussen extreme uitkomsten, terwijl de gegarandeerde startbetaling iedereen een minimum garandeert.